A consensus statement?
Er is veel verdeeldheid over de impact van social media op de mentale gezondheid van jongeren. Dit heeft er voor een deel mee te maken dat er over veel vragen nog geen duidelijke wetenschappelijke resultaten beschikbaar zijn. Nu heeft een groep amerikaanse wetenschappers onder leiding van Jay van Bavel getracht te kijken wat wetenschappers vermoedens zijn over deze impact, en hoeveel bewijs ze denken dat er op dit moment is.
A consensus statement on potential negative impacts of smartphone and social media use on adolescent mental health ?
https://osf.io/preprints/psyarxiv/b94dy_v1
Een paar snelle inzichten op basis van de pre-print:
🧂 Waarom we de resultaten met een korreltje zout moeten nemen:
Consenus?
Aangezien ze meer dan 100 wetenschappers hebben ondervraagt noemen ze dit een consensus rapport. Dat is het niet. Als ik een snelle blik op de auteurs lijst bekijk, is het duidelijk dat er heel wat prominente namen uit het veld ontbreken, en dan vooral degene die wat kritischer kijken naar de claims van Haidt (Amy Orben, Candice Odgers, Sonia Livingstone).
Bias
Dat er een gebrek aan kritische wetenschappers is, en ook nog een sterke oververtegenwoordiging van VS en Australië, kan zorgen dat er toch enige bias in de resultaten zin. Een voorbeeld.
“Although the majority of experts believed that heavy smartphone and social media use can cause attention fragmentation and behavioural addiction, 97.4% and 92.2% of experts, respectively, agreed that the evidence is only correlational”
Dit is toch op zin minst interessant. Bij correlatie is er dus geen bewijs voor een causal verband en je zou dan niet verwachten dat er zo’n grote bias zit in de richting van de verwachtte causaliteit.
Can & Causality
De vragen naar causaliteit zijn zeer zwak gesteld, en dit zorgt voor verdere problemen. Zo vroegen de onderzoekers naar de volgende statements:
"Heavy daily use of smartphones and social media can cause sleep deprivation."
Of
"Chronic sleep deprivation can cause a decline in mental health"
De vraag stellen of iets mogelijk kan gebeuren (X kan Y veroorzaken) is wat men noemt een voorbeeld van “epistemic permissiveness”. Dat betekent dat je zeer veel ruimte geeft voor interpretaties, en dat kan zorgen voor:
Overclaiming: Een expert kan al op basis van een enkel anekdotisch verhaal "ja" zeggen en daarmee een de claim bevestigen.
Verwarring: Na bevestiging kan de lezer (of beleidsmakers) "kan” verkeerd of sterker interpreteren als X "zal altijd" of "zal meestal" Y veoorzaken.
Oftewel het antwoord op dergelijke vragen is niet zeer informatief en al snel misleidend.
En toch, .. een paar interessante conclusies
Met deze tekortkomingen in ons achterhoofd, zijn er toch zeker nog een aantal interessante conclusies.
Verbod & leeftijdsgrens
Het verhogen van de minimumleeftijd voor sociale media naar 16 jaar:
o 56% van de experts denkt dat deze over het algemeen een positief effect zouden hebben op de mentale gezondheid van jongeren.
o Maar ruim 93% van de experts denkt dat het wetenschappelijke bewijs momenteel nog te beperkt is om deze maatregelen overtuigend te onderbouwen of te weerleggen.
Oftewel, ook deze groep lijkt de sterke conclusies van Haidt niet te onderschrijven en lijkt er geen wetenschappelijke onderbouwing voor een verbod onder de 16 te zijn.
Als er doorgevraagd werd, niet of er er mogelijk een relatie kon bestaan, dan liet ook de grote meerderheid van deze selecte wetenschappers zien dat er voor de meeste causale claims over de relatie tussen sociale media en mentale gezondheid (nog) geen overtuigend bewijs is.
Een greep uit de resultaten:
97.6 % Het is nog onduidelijk in hoeverre sociale media slaaptekort veroorzaakt.
97.4 % De impact van intensief gebruik van smartphones en sociale media op de aandacht is complex en afhankelijk van de context. Hoewel correlationele en sommige experimentele gegevens op een verband wijzen, is het bewijs niet sterk genoeg om een causaal verband met zekerheid vast te stellen.
92.2% Hoewel er een correlatie is tussen intensief dagelijks gebruik van smartphones en sociale media kan en gedragsverslaving, ontbreekt experimenteel bewijs vrijwel volledig en zijn de onderliggende mechanismen soms omstreden.
93.7% Het beschikbare bewijs is onvoldoende om de bewering te ondersteunen of te weerleggen dat het invoeren (en handhaven) van een wettelijke minimumleeftijd van 16 jaar voor het aanmaken van socialemedia-accounts de mentale gezondheid van adolescenten in het algemeen ten goede zou komen.
En dit betekent natuurlijk niet dat we niks moeten doen!
Werk aan de winkel voor de wetenschap, maar we hebben nu ook al vast richtlijnen nodig. Laat deze gebaseerd zijn op de wetenschap, maar ook een veel bredere gemeenschap dan alleen wetenschappers. En gebaseerd op de juiste vragen.
Beleidsmakers moeten zich niet laten misleiden tot het overclaimen van de feiten, en niet te makkelijk naar drastische, maar niet, effectieve maatregelen grijpen.
Ook moeten we beseffen dat de data nog wel binnen gaat komen, en we ook open moeten staan om in de toekomst ons beleid weer aan te passen op voortschreidend inzicht.


